De mens (Deel 3)

October 19, 2014
00:0000:00
Efeze 2:1-7

"Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de  aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen. Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen,  met Christus levend gemaakt –  uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus."

Inleiding - Gen. 4:8,19; 6:5; 19:1-5, 30-35; 34:1-2, 24-29; 38:14-19

De gevallen mens - Ef. 2:1; Rom. 3:11 

Het wezen van de zonde - Rom. 3:9; Joh 8:34; Rom. 6:12, 20, 23Ef. 2:1; 1 Kor. 2:14; Gen. 6:5; Jer. 13:23; Rom. 1:16; Joh 15:5