Christus kennen

June 19, 2016
00:0000:00

Efeze 4:20


Inleiding - Fil. 3:10, 8; 1:21; 1Kor. 3:1; Gal. 3:1

Christus leven - Joh. 2:4; 4:23; 7:30; 8:20; 12:27; 5:19; 8:28-29; 10:17

Christus leren - 12:23-26; Luc. 9:23-24; Fil 1:21; 2Kor 5:15; Rom. 15:1-3


Het wezen en werk van een gelovige (Deel 5)

June 12, 2016
00:0000:00

Efeze 4:20-24


De grote stap vooruit - Ex. 19:5-6; Ef. 4:20; Gal. 5:22

Het grote verschil is Christus - Rom. 10:4 

De wet om Gods volk te zijn - Ex. 19:5-6

De wet weerspiegeld Gods heiligheid – Lev. 11:44

De wet openbaarde zonde - Gal. 3:19 

De wet bepaalde reiniging en aanbidding.

De wet een pedagoog  - Gal. 3:24; 4:1-5

De wet verduidelijkt door Christus - Matt. 5:17,20 -22; 7:28-29

Leven door de Geest - Rom. 8:1-4, 6, 9; Gal. 5:18. 22-25; 6:2; 1 kor. 10:11

Het wezen en werk van een gelovige (Deel 4)

June 6, 2016
00:0000:00

Efeze 4:20-24HSV


Negatieve belichting van de wet - Rom. 3:20; 5:20; Gal. 3:23; 2Kor. 3:7 ,9

Positieve belichting van de wet – Rom. 7.12,14

Einde van de wet - Hebr. 7:12; Gal. 5:18; Rom. 6:14; 10:4

Geen einde van de wet - 1 Kor. 7:19; Rom. 13:9; 3:31; 1Pet. 1:15; 1Joh. 2:6; 2 Tim. 2:16-17

Eenheid van de wet - Jac. 2:10

Christus de vervulling van de wet - Matt. 5:17; 11:13; 2:15; Rom. 10:4 

De wet door de lens van Christus - 1Pet. 1:15; Hand. 10:13-15



Het wezen en werk van een gelovige (Deel 3)

May 29, 2016
00:0000:00

Efeze 4:20-24


Inleiding - Hebr. 11:6

  • OT gelovigen waren wederom geboren - Deut. 6:5-6; 10:12,16; 30:6; Rom. 2:28-29 
  • OT gelovigen hadden God in hun midden - Ex. 25:8; 40:34-35; Lev. 26:11-12; Deut. 12:5-7; 1 Kon. 6:12-13; 8:57
  • OT gelovigen werden bekrachtigd door Gods Geest - Num. 11:17, 25, 29; Richt. 3:9; 6:34; 14:6,19, 1 Sam. 10:6, 11:6; 1 Sam. 16:13-14; 18: 14; Ps. 51: 13; Ez. 36:26-27
  • De vervulling in Christus – de ware tempel - Joh. 1:14; 2:19-21; 4:20-21, 23
  • De vervulling in Christus – Gods Geest - Joh. 1:32-33; 3:34; 7:39; 14:16-17; 1 Kor. 3:16-17; 1Pet. 2:9

Het wezen en werk van een gelovige (Deel 2)

May 22, 2016
00:0000:00

Efeze 4:20-24


Verlossing in het OT is niet door de wet - Lev. 18:5, 2; Ez. 20:10-12; Gal. 2:15-16; 3:10-12

Verlossing in het OT is door genade alleen - Gen. 6:7-8; 15:6 

Verlossing in het OT is door geloof alleen - Hand. 4:12; Hebr. 1:1; 1 Pet. 1:10-12; Hebr. 11:18b

Verlossing was te zien in de OT gelovige - Gen. 12:7; 26:5; Lev. 4:26-28,31; Ps. 51:18-19; 2 Sam. 12:13; Deut. 30:6


Het wezen en werk van een gelovige

May 8, 2016
00:0000:00

Efeze 4:20-24


Het contrast - Ef. 4:20 

  • God verkoos ons - Ef. 1:4; 1 Tess. 1:4 
  • God riep ons - Matt. 22:14; Rom. 8:30; 1Kor. 1:9
  • God maakte ons levend - 1Pet. 1:23; Jac. 1:18
  • God geeft ons bekering - 1Tess. 1:9; Luc. 5:32
  • God heeft ons geloof gegeven - Rom. 10:9; Joh. 3:16
  • God verklaard ons rechtvaardig - Rom. 5:9-10
  • God heeft ons geadopteerd - Joh. 1:12; Ef. 1:5; Gal. 4:6

Het wezen en werk van de ongelovige

April 17, 2016
00:0000:00

Efeze 4:17-19


Verlaten van het oude – Ef. 4:17a; 4:1-3; 1 Joh. 2:15-17; 5:19; Jac. 1:27

Verdwaast  in denken – Ef. 4:17b; Rom. 1:28


Volwassen stabiele groeiende gemeente

April 10, 2016
00:0000:00

Efeze 4:15-16


Inleiding – 2 Kor. 11:24-28; Hand. 15:36, 41; 1Tess. 3:1-8,10

De richting van de groei - Ef. 4:15; Gal. 4:16; Ef. 4:14; Gal. 4:19; Fil. 1:21

De bron van de groei – Ef. 4:16; Kol. 2:3,19; 1 Tess. 3:6

Volwassenheid in geloof

April 3, 2016
00:0000:00

Efeze 4:13-15 HSV


Eenheid in geloof – Ef. 4:13a,b; Kol 1:28- 29; 1 kor. 1:10

Eenheid in kennis – Ef. 4:13c

Geestelijke volwassenheid – Ef. 4:13d

Christus volheid – Ef. 4:13e; Kol. 1:28-29

Kinderlijke gevaren vermeden – Ef. 4:14

Psalm 1

March 20, 2016
00:0000:00

Heiligen toegerust

March 13, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12 


Inleiding - Hand. 20:17, 28; Fil. 1:1

De bevolking – Ef. 4:12a; 1:1

De bepakking – Ef. 4:12b; Matt. 4:21

  • Gods woord  - 2Tim. 3:16-17 HSV
  • Gebed - 1Tess. 3:10; Kol. 4:12
  • Lijden - 1Pet. 5:10; Rom. 5:3-4; Kol. 1:28-29

De bediening – Ef. 4:12c; Joh 12:26 

De bouw – Ef. 4:12d

Gaven tot opbouw (Deel 9)

March 6, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


Inleiding - Matt. 9:37-38,36 

Herders 

  • Schapen zijn van nature dwalende beesten - Ez. 34:5; 1Ki 22:17; Zach. 10:2; Mat 12:11; Jes. 53:6
  • Een voltijdse herder - 1Co 9:7; Joh. 10:3-4; Matt. 18:12-13
  • Een herder is wachter en beschermer - Hand. 20:28; Joh. 10:12-13; Gen 37:20; 31:39-41; Hebr. 13:17, Hand. 20:28-31, 36-37
  • Een herder leidt en voedt - Ps. 23;  100:3;1 Tim. 5:17; Tit. 1:9; 1 Pet. 5:1-2; Joh 21:15-17; Hand. 18:27

Gaven tot opbouw (Deel 8)

February 28, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


Inleiding - Ex. 13:8; Deut. 6:6-9; Ex. 10:1-2; Spr. 6:20; 10:2; Gen 45:8; 2Kon. 2:12; 2Kron. 35:2-3; Matt. 23:8,10; Marc. 9:38, 31; 12:35; Matt. 28:19

Herders en leraren - Ef. 4:11; Jes. 40:10-11; Ez. 34:1-16, 23; Matt. 2:6; 9:36; 26:31 

Grote Herder - Hebr. 13:20; Matt. 25:32 

Goede Herder - Joh. 10:11; 1Pet. 2:25; Joh 10:14-15 

Opperherder - 1Pet. 5: 4 

Opperherder en onderherders - 1Pet. 5:1-5; 1Tim. 3:2,4-5; Luc. 10:34

Gaven tot opbouw (Deel 7)

February 22, 2016
00:0000:00

Ef. 4:11-12


Evangelisten - Hand. 21:8; 8:3-6;12-17

  • Een evangelist brengt goed nieuws - Hand. 8:4-5,12; Gal. 3:8; Luc. 2:10; 1 Kor. 9:18
  • Een evangelist gaat naar nieuw gebieden - Hand. 8:14; Rom. 15:21; 1 Kor. 3:6-8
  • Een evangelist heeft een publieke bediening - Hand. 8:6,14
  • Een evangelist heeft een persoonlijke bediening - Hand. 8:26-35
  • Een algemene bediening - 2Tim. 4:5; Hand. 19:10,22; Matt. 28:20

Gaven tot opbouw (Deel 6)

February 14, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


De profeten waren zich bewust dat ze Gods woord spraken - 2 Sam 7:1-4, 17; Jer. 1:7; 20:8b-9

De profeten onder de leiding van Gods Geest - Ez. 2:2-8; 3:14; 13:1-3; Neh. 9:26,30,33-34

De profeten onder de leiding van Gods Geest (NT) -  1Pet.  1:10-12; Ef. 3:5 

Doorheen de profeten kwam de schrift - Joh. 1:46; Matt. 5:17; 2 Pet. 1:19-21; 3:15b-16; Ef. 3:4-5

Gaven bleven bestaan tot het beoogde doel bereikt was - Heb 1:1; Ef. 2:19-20; Openb. 22:18-19

Gaven tot opbouw (Deel 5)

February 7, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


Inleiding - 2 Tim. 3:16-17

1e  - Het OT en NT had profeten die Gods woord volmaakt brachten. Deze profeten bestaan nu nog. 


2e  - Het OT had profeten die Gods woord volmaakt brachten. Maar de NT profeten hun woorden hebben niet het gezag van Gods woord. Het zijn menselijke woorden door God aangedragen. Dat zijn de profeten in de gemeente.


3e  - Het OT en NT had profeten die Gods woord volmaakt brachten. De NT profeten legden alleen het fundament van de kerk en toen het fundament gelegd was doofde deze bediening langzaam uit.


De profeet Samuel verschijnt - 1Sam. 3:1, 11-14, 19-21,  8:6-10, Hand. 3:24; Matt. 23:29-30: Hand. 7:51-53


Gaven tot opbouw (Deel 4)

January 31, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


Profeten in het OT - Gen 20:7;Deut. 34:10

  • Een profeet ontvangt en spreekt God woorden - Ex. 7:1-2;Ex. 4:15-16 
  • Meer profeten zijn te verwachten - Deut. 18:15-18 
  • Onderscheidingsvermogen vereist - Deut. 13:1-3,5
  • Ware profeet volledig gehoorzamen - Deut. 18:18-22
  • De praktijk in het OT - Jer. 28:1-17

Gaven tot opbouw (Deel 3)

January 24, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


Gaven tot opbouw - Ef. 4:11-12;1Co 12:28, 31; 14:1-5

  • Als eerst de apostelen - Ef. 1:1, 2:20; 3:5
  • Aangesteld door de Heer - Luc. 6:13; Hand. 1:2, 24
  • Ooggetuige van de opgestane Heer – 1Kor. 9:1; Hand. 1:22; 1Co 15:7-9; Num. 12:1-4; 1Jo 1: 
  • Het gezag van een apostel - 1Joh. 4:4-6; 1 Kor. 14:37-38 
  • De wonderen van een apostel - 2 kor. 12:11-12, hand 5:12-16; 13:8-11; 27:25, 2:4
  • De apostelen bevestigden ook de uitbreiding van de gemeente - Hand. 8:14-17 
  • De apostelen krijgen de belofte van het NT - Joh 15:26-27; 16:12-13

Gaven tot opbouw (Deel2)

January 17, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


Godsvruchtig leiderschap - 1Tim. 3:1-7; Heb 13:7 

Volwassenheid in geloof - Ef. 4:1-3, 12-15; 1 Tess. 1:6-9 

Geen sluitende lijst van gaven – Rom. 12:6-12; 1 Kor. 12:28; Ef. 4:11; 1Pet. 4:11; Gal 5:13; 1 Kor. 13:8

Gaven tot opbouw (Deel1)

January 10, 2016
00:0000:00

Efeze 4:11-12


De kerk was compleet nieuw -  Ef. 2:15-16; Ex. 19:16-20 

De kerk heeft een duidelijk begin - Ef. 3:3-5 

De kerk werd de volgende fase - Ef. 3:5

De kerk heeft een definitief eind -  1 Tess. 4:13,17;1 Tess. 1:9-10; Fil. 4:5 

De kerk heeft een beperkt omvang - 1 Tess. 1:9-10 

De kerk is rentmeester van het evangelie - Ef. 1:4-5,7,13-14

De kerk staat centraal - 1 Kor. 3:16-17

De kerk heeft een hoofd - Ef. 1.22-23; 5:23

De kerk opgeleid en uitgeleid - Ef. 4:11-12; 1Pet. 4:10-11; Matt. 28:19